Aug 192009
 

Augustus 2009

Griekenland, Nisos Paxos, Vaste land, Nisos Levkos, Nisos Meganassi, Nisos Ithaca, Nisos Zakinthos, Peloponnesos,

Gayos, Preveza, Nikipolis, Vonitsa, Lefkas, Port Atheni, Vathi, Zakhintos, Kalakolon, Pilos, Methoni, Kalamata,

Op 1 aug. vierden we Mike’s verjaardag, hij werd 65 jaar en voelde zich meteen stokoud. Gelukkig kreeg hij op straat bewonderende blikken, voor hem of voor Tobias en dat deed wonderen. s’Avonds aten we in een leuk restaurant waar ze de sirtaki dansten en Tobias zijn eventuele eten moest verdedigen tegen brutale katten. De volgende morgen zagen we dat er aan de meloen was geknabbeld en dat er een heel spoor van druiven van binnen naar buiten liep. We hadden bezoek gehad van een eekhoorn en/of rat, die over de trossen, die we naar de wal hadden gespannen naar binnen was gekomen. Ze waren inmiddels weer vertrokken.

Van Paxos vertrokken we naar het vaste land, naar Preveza,een weinig opwindend stadje met een enorme ondiepe baai ernaast. We lagen er een nacht ten anker maar vertrokken weer gauw en gingen op zoek naar Nicopolis, een oude romeinse stad die ten noorden van Preveza ligt. Het werd een prachtige zeiltocht op het grote binnenmeer dat ten westen van Preveza ligt en waar de zeeslag is gevoerd tussen Octavianus en Antonius. We ankerden voor Nicopolis ( 2 km. het binnenland in).De volgende ochtend zochten we de stad maar we zagen hem alleen in de verte, over een lagune liggen. Liesbeth vond (blasé?) dat de Romeinse periode haar niet zo erg interresseerde, maar het zou ook best de warmte geweest kunnen zijn.

We motorzeilden naar Vonitsa dat aan de andere kant van het meer ligt. We ankerden in een prachtig baaitje achter een eilandje met pijnbomen en helderblauw water. Het stadje was niet toeristisch want die beperken zich kennelijk tot de eilanden. Op 5 aug. zeilden we naar Lefkas waar we een brug passeerden die eenmaal per uur open ging. Het leek even op het gedrang bij bruggen en sluizen in Nederland. We ankerden midden in de stad. De volgende ochtend deden we de boodschappen in de Supermarkt aan de kade en toen we terug kwamen zagen tot onze verbazing dat de dinghy even geleend was door een fransman. Hij kwam met het schaamrood op de kaken weer teruggeroeid met veel excuses en of we zijn vrouw even konden waarschuwen want die zou hem halen met hun dinghy. Zoals bekend wordt het meeste gestolen door medezeilers al was dit meer een soort van lenen. (Michael was furieus, en vond het typisch eigengereid frans gedrag. Volgens hem moet in het Schengen verdrag opgenomen worden dat fransen, voordat ze Frankrijk uitmogen een Europese inburgerings cursus moeten doorlopen. Totdan een hek rond Frankrijk voor uitgaand verkeer enzo. )

De volgende dag was poetsdag in de marina, en daarna weer gauw weg om te ankeren. Ditmaal Meganissi. Port Atheni, een enorme diepe baai, met uitzicht op de hoge bergen van het vaste land. Aan de wal was een supermarkt annex bar annex internet annex laundry. Dat is altijd een goeie gelegenheid om het bed en andere zaken te verschonen. Een half uur lopen verder was Katomeri een dorp met cafe en bakker. Het was er heerlijk. Het volgende eiland werd Ithaka, waar Liesbeth altijd al heen wilde vanwege haar naam, Ytteke. De tocht erheen was bijzonder, eerst geen wind en toen 30 knopen op de kop, nog net bezeild. We kregen bakken water over en al Mike’s gepoets was weer bedekt met een korst zout. Gauw een haven in maar dat was wat iedereen wilde en na twee volle havens; Frikes en Kioni kwamen we in Vathi aan, waar de baai zo groot is dat er altijd plaats is en we ankerden voor het dorp.

Intussen bleek dat we in Meganassi toch een rat aan boord als loge hadden meegenomen, het fruit was bij terugkomst weer aangevreten maar een felle jacht door Tobias en Mike, bleek te falen. De mannen worden toch te oud voor dit soort handwerk. (Volgens Tobias was de rat nog te klein, ondermaats.) Mike zette door en kocht gif en een val bij de ijzerwinkel/apotheek en we hadden hem bij terugkomst van de wal, na het eten ’s avonds, gevangen.

In Vathi verhaalden we, met een “alaska” ankermannoeuvre, naar de noordkant van de baai, bij twee leuke taverna’s en een heerlijk rustig strandje. We bleven er 3 dagen.

De 12e augustus voeren we verder zuidwaarts naar Nisos Zakhyntos, waarvan de zuidbaai de grootste broedplaats is voor de loggerhead turtle in Europa (Carretta Carretta). We meerden in het stadje in de laag met een anker voor, en lagen met achtertrossen in een hotel met zwembad, toegangkelijk voor de yachties. Even leuk en luxe, maar niet bepaald onze opvatting van kruizen (vrij naar: to cruise).

De volgende dag zeilden we dan ook door naar Katakolon, onze eerste haven op de Peloponnesos en vlak bij Olympia gelegen. Er lagen 2 gigantische cruiseschepen, die een uitstapje naar Olympia in hun programma hadden. We ontmoetten ’s avonds een Engels stel in de taverna, die ook een Island Packet zeilden, (een 420, de “Happy Hour”) wat altijd weer gespreksstof oplevert.

’s Morgens voeren door naar Pilos en lagen daar dubbel naast een werkboot in een krakkemikkige “marina”, maar wel een leuk soort badplaatsje met uitsluitend Grieks publiek. De baai van Navirinou is spectaculair. Te bedenken dat er de slag is geleverd in 1827 waarbij admiraal Codrington de Turks-Egyptische vloot versloeg wat de direkte aanleiding werd tot de zelfstandigheid van Griekenland (met 26 schepen/1270 kanonnen tegen 89 schepen/2450 kanonnen). Mike ziet dat voor zich, in zo een uitgestrekte baai tussen de bergen.

Liesbeth vond het geen plek om 36 jaar te worden, dus zeilden we door naar Methoni, een prachtig baaitje achter een oud Venetiaans fort met een Turkse gevechtstoren in zee en een prachtig strand met leuke tavernes, om een week te blijven. Mike pavoisseerde de boot op de 16e en we ontbeten heerlijk aan de wal. We ontmoetten een Nederlands schilder/muziek echtpaar die al 8 jaar in Methoni wonen (en een boot in de baai hebben liggen) en we werden daar ’s avonds uitgenodigd. Liesbeth kreeg een fles olijfolie uit eigen boomgaard en we aten gezellig samen op het plein in het dorp.

De volgende dag zeilden we door naar Porto Kayo, om wat beter weer af te wachten om naar Kreta over te steken. De weerberichten voor de komende dagen beloofden niet veel goeds. Onderweg vertoonde de autopilot, na 9 jaar trouwe dienst kurenen liep de boot een paar keer uit het roer. (Fout, driver stopped). Met faulttracing en opnieuw callibreren bleek het probleem niet op te lossen en we besoten daarom Kalamata aan te lopen, een moderne marina met faciliteiten.

De elektricien vond de fout inderdaad in de driver motor, dus wordt bekeken of die gerepareerd kan worden. In Athene bleek een motor voor dit type autopilot niet voorradig, bovendien is heel Athene met vakantie, kortom verzin een list.

Na demontage en contact met de dealer in Nederland, besloten we een paar dagen een autootje te huren om de Peloponnesos dan maar van binnen uit te verkennen. Doorvaren zonder autopilot met z’n tweeën, is geen optie. Gelukkig hebben ze in de marina een bookswap, dus Liesbeth is gelukkig.

 


De reparatie bleek dik mee te vallen. Na demontage van de linear drive door Mike, werd door de electriciën de fout gevonden. De electromagnetische koppelig bleek in 9 jaar dusdanig vuil, dat hij na verloop van tijd begon te slippen, wat de foutmelding driver stopped (slipped) tengevolge had. Na schoonmaken en terugplaatsen maakten we ’s avonds een uitgebreide proefvaart, de piloot bleek weer gezond.

Ondertussen was het weer in de Aegean behoorlijk aan het verslechteren en beloofde een ronde Noordwest 8 in de Straat van Kithera (en Antikithera) gedurende het weekend. We besloten daarom ons plannetje om een auto te huren uit te voeren. De 20e reden we naar Mithras, een oude Byzantijnse stad in de bergen, Sparta en Ythion (de havenstad van het oude Sparta) terug langs de westkant van het Khersonisos Mani en door en langs het Taigetos gebergte terug. Wat een prachtig landschap en een indrukwekkende tocht.



De 23e maakten we het schip zeeklaar, leverden het autootje in en klaarden uit. De volgende morgen laadden we diesel en voeren naar Porto Kayo, een baai aan de zuidkust van het zuidelijke schiereiand Mani van de Pelopponesos. ’s Nachts kwam er een mega Italiaans motoryacht langszij ten anker, zo dicht bij dat we bij het draaien 10 m. ketting moesten innemen om onze schroef en roer vrij te houden van zijn ankerketting. Toen ik de Italiaan vanuit onze kuip dat meldde hing hij twee fenders aan z’n boeg. Een frans zeilschip dat achter hem lag moest bijsteken om vrij te blijven. Toen de fransman hem dit meldde en aanmerkingen had over z’n manier van ankeren, hing hij twee fenders aan het achterschip. Er zijn vele manieren waarop mensen elkaar uit de slaap kunen houden…..

De 25e maakten we een mooie wandeling, ’s morgens vroeg langs de zuidkaap van Mani, gingen ankerop en vertrokken we naar Kapsali op Nisos Kythera. Een prachtig plaatsje met hoog boven de haven Hora, de hoofdstad, versterkt door Venetie in de 17e eeuw. We waren lui, namen een taxi naar boven (heeeel steil), rondje fort en dorp, aten er en gingen met zaklantaarn terug naar beneden.

Omdat we werden ingehaald door een lage drukje met flink wat wind, bleven we schuilen tot 28e, aanvankelijk ten anker, maar de laatste nacht langszij de kade, omdat er toch op de ankerplaats flink deining naar binen kwam.

Onderweg naar Kissamos vertoonde de autopiloot weer kuren, we konden echter niets vinden, behalve dat een relais, voor de computer, warm werd. Om 1700 uur waren we binnen en mochten niet ankeren van de kustwacht, maar kregen een plaatsje aangewezen in de handelshaven aan een enorme betonnen kade, voor een Nigeriaanse fabriekstrawler, waarvan de matrozen onze trossen opvingen. Daar lagen we dan in een soort Ijmuiden. Na het inklaren namen we een aperatiefje met heerlijke octopus in het veerhuis. We besloten de volgende dag direkt te vertrekken.

De 29e ’s morgens ankerden we in Gramvousa, een woest eiland met klipgeiten, konijnen en patrijzen en enorm Venetiaans fort, tegenover een prachtige zoutwater lagune, Balos aan de Westkust van Kreta, net plaatjes van de Bahama’s. Na onze eerste kop koffie en het genot van het uitzicht op het prachtige fort, werd de rust verstoord door een enorme touristenboot die recht over ons anker voer, een achteranker presenteerde, een klep liet zakken en 600 toeristen loste in het paradijs. We keken elkaar aan, hieuwden het anker, rondden een kaap om een wrak en lieten een baai verder in alle rust opnieuw het anker vallen.

s’Nachts veranderde de wind naar West en nam toe, precies de enige wind die een deining veroorzaakte waartegen de baai NIET beschermd was. We besloten het tot daglicht aan te zien en draaiden ons om. ’s Morgens stond er een aardige deining, zodat we besloten anker op te gaan en naar de zuidbaai te varen (2nm), naar een baai die beter beschut werd naar het Westen. Daar aangekomen ankerden we zo diep mogelijk binnen de baai, maar er kroop nog voldoende deining de baai in om het net niet comfortabel te doen zijn. Maar ja, Tobias moest nog even uit en we waren ook best wel nieuwsgierig naar de “warm water” lagune.

De lagune viel tegen, er was duidelijk te zien dat er zo een 1000 dagtoeristen per dag werden aangevoerd, het was nu vroeg in de morgen en behalve twee zeeegel vissers was er niemand, maar toch. We maakten een wandeling over het “tamme Gramvousa” en besloten anker op te gaan en naar Khania te varen, waar we de 30e augustus om 1830 uur aankwamen en recht voor het kantoor van de kustwacht (en bars en restaurants) afmeerden.

We bleven er zes dagen, ondanks de herrie s’nachts (ohropax). Het was het een leuk oud Venitiaans stadje met parken, forten, mooie straatjes, musea en heerlijke restaurantjes. De autopilot werd weer bekeken en weer bleek er eigenlijk niets aan te mankeren. De waterpomp werd vervangen en meer zo van die karweitjes. We aten in alle restaurantjes van de gids voor Kteta en maakten s’avonds wandelingen door alle kleine straatjes. In de lokale supermarkt vroegen ze de bonuskaart, die hadden we thuis gelaten, de arm van Albert Hein reikt ver. Voordat we uitklaarden moesten we nog 88 cent betalen in het lokale belastingkantoor, de burocratie is in iedere haven anders.

Na een dag motorzeilen zijn we nu in Rhetimon, alweer een Venetiaans fort en leuke straatjes maar deze keer geen muziek, dus we kunnen weer bijslapen.


 Posted by at 1:07 pm
Aug 172009
 

Reis Juli 2009,

Sicillie; Malta; Gozo; Calabria, Apulie, Griekenland; Ionian en vasteland.

Siracuse, Porto Palo, Valletta, Mgarr, Licata, San Leone, Pozzallo, Rocella Ionica,  Crotone,  Santa Maria di Leuca,  Nisos Othoni, Kerkira, Nisos Paxos.    

 

Op 3 Juli voeren we met een lekker windje Malta binnen in Marsamxett harbour om in Msida Marina in te klaren. Daar was geen plaats en we werden door Portcontrol gevraagd om in te klaren in Grand Harbour  dus voeren weer terug langs de imposante fortificaties naar Grand Harbour.

Daar zie pas echt hoeveel forten er zijn rondom Valetta, we voeren zo de historie binnen.

Inklaren betekende ook de hond inklaren en eigenlijk wisten we niet hoe dat  precies zat in Malta.Het zat uitstekend in Malta want binnen 2 uur kwam er een heel relaxte dierenarts die alles in orde vond. De volgende keer even een emailtje sturen, maar zo lukt het kennelijk ook.

De volgende morgen gingen we met een djageisha ,een piepklein historisch bootje, naar Valletta. Afstand 4 uur lopen, 15 min met de bus of 5 min. varen. Binnen de stadspoort waren de militiaren allerlei kunstjes aan het doen voor de ontelbare toeristen.

We liepen door de stad, dronken wat en Mike kon er niet over uit hoe vol was.Dat had hij niet verwacht.

Liesbeth ging naar de kathedraal, die prachtig was met een mooie ingelegde vloer en mooie plafondschilderingen. Hoewel het mooiste toch de schilderijen van Caravaggio waren. Van hem hadden we ook een schilderij in Siracusa gezien.  ‘s Avonds maakten we een byzondere wandeling  door Victorioso en Burgo.  Allemaal onderdeel van de 3 cities, ouder en eigenlijk interessanter dan Valetta. Geen toeristen, alleen Maltesers die met elkaar aan de waterkant zitten en dat vreemde arabische taaltje spreken.

Omdat het bloedheet was beperkten we ons de volgende dag tot een wandeling om fort Sant Angelo. Tijd om verder te kijken, Gozo.  Een klein haventje, heel goedkoop voor de verandering en heel gezellig. Omdat het nog steeds bloedheet was huurden we een auto met airco en reden het hele eiland af. Weinig opwindend allemaal behalve de prehistorische tempels waar je jammergenog niet in mocht. Ook waren we nog even in de grotte van Calypso. Gelukkig is een auto altijd goed om even te storen. Terug naar Sicilie, op naar Agrigento.   Onderweg kregen we een paar uur mist, geen enkel zicht, en aan land is het 35 graden, weer eens wat anders ; de radar aan.

 Vanuit San Leone,een kleine badplaatsje met de bus naar de tempels. Heel indrukwekkend en heel uitgebreid. We legden Tobias steeds in de schaduw vast met een bakje water want voor hem was het te heet. Voor ons eigenlijk ook. Toch brachten we er nog 5 uur door en dat zegt wel iets. Mike leest zich helemaal in in de geschiedenis van die oude Griekse kolonisten.  Tobias mocht vanwege goed gedrag nog even zwemmen tot grote verbazing van de Italianen die geen zwemmende hondjes kennen.

Het wordt tijd om richting Griekenland te gaan, daarom gaan we terug naar Licata de smerigste stad van heel Sicilie waar we gelukkig ankeren met een paar uur lang windkracht 7. Terwijl van de wal de zangeres zonder naam italiaanse liederen zingt, zien we de bosbranden op de berg, het is  een surrealistische plek. Dan  weer door naar Pozzalo. Weer ankeren? We worden weggstuurd door  Capitaneria en verwezen naar een plek 300 naar achteren. Mike vindt het niets, we liggen dan precies voor de vissershaven,  Liesbeth gebruikt haar charmes en fleemt met het is maar voor een nachtje en ja hoor als  we maar om 7 uur weg zijn. Pozzalo hoeft ook niet in de geschiedenisboeken vermeld te worden,  een armoedige en een beetje vies plaatsje. Hier zie je toch wel hoe arm het zuiden van Italie is.  Dan zijn we weer heerlijk terug inde baai van  Siracuse, de was doen, inkopen doen en door naar de laars. De oversteek gaat goed behalve even veel wind en dat ziet er s’nachts heel anders uit dan overdag.  Onderweg zien we walvissen, schildpadden en dolfijnen.

In Rocella Ionica blijve we 4 dagen, we schuilen voor de harde  uit de verkeerde hoek, maar in een klein plaatsje met mooie boulevard, leuk strand en een gezellige haven met goed restaurant is dat geen punt. We willen eigenlijk de 21 juli ’09 door naar Crotone en Corfu, maar de weerberichten zijn nogal heftig en spreken elkaar m.b.t. de windrichting tegen, dus we zetten de wekker en wachten het even af. 

Ondanks dat er een 5 in het weerbericht zat, zijn we vertrokken, omdat er NW werd voorspeld. Het werd best ruig zeilen, niet zozeer door de wind, maar er stond een hoge deining uit het oosten, (nog van een wk 7 op de Ionische Zee)  zodat we behoorlijk stampten en flink water over kregen.

Om 7 uur lagen we in Crotone, waar we alles met zoet water weer herstelden.  De volgende dag maakten we een wandeling door de stad, verlengden het internet contract met TIM en gingen naar de markt. Het was het “oude Italië”, met Piaggo taxi’s en al.

Op 23 juli vertrokken we vroeg naar San Maria di Leuca, de oversteek van de Golfo di Tarranto. We hadden een heelrlijke zeildag, een doorstaande NNW wind van 14-18 knopen.

Zeilen is de duurste en meest oncomfortabele manier van reizen, maar soms, heel soms is het zo machtig mooi. Dit was  er zo een. Mooie blauwe zee, dolfijnen, schilpadden, tonijnen, heerlijk blauwe lucht en een locomotief van een schip. Genua, kotterfok en grootzeil prachtig getrimt, wat een heerlijkheid. Om 1900 lagen we gemeerd, maakten schoon schip, namen een douche en aten heerlijk aan de wal ons laatste Italiaanse maal.

De volgende dag vertrokken vroeg naar Nisos Othoni, er werd een Bora verwacht, dus voor de storm wilden we de Adriatica oversteken, uiteraard hoopten we weer op een mooie zeildag, maar het werd de stilte voor de storm, motoren.    Om 1400 uur lieten we het anker vallen in een prachtig baaitje, na het zwemmen en een wandeling aten we onze eerste Tzaziki van dit jaar. Nisos Othoni is een van de             archipel, eilandjes die zeer hoog genoteerd staan bij de ware eilandcollectors (volgens de Lonely Planet).

De 25e voeren we door naar Nisos Kerkira, waar we Peter en Lineke troffen, die voor Gouvia ten anker lagen.  We ankerden vlak bij ze en hielden na het spraken we af bij hen op maandagavond te gaan eten.

We klaarden in, kochten kaarten van de Ionian, overhaalden de buiteboordmotor, fourageerden, deden de was , laadden diesel en water en kregen de post aan boord vanuit Nederland en Portugal.

Na het zwemmen zeilden we naar Corfu, de stad, en ankerden bij Peter en Lineke, waar we ’s avonds heerlijk aten en gezellig bij kletsten.    We verbraken de individuele konvooivaart, omdat het zusje van Lineke met haar man en kinderen op Corfu vakantie vierden en een paar dagen met hen mee zouden zeilen.

Na uitgebreid de oude stad van Corfu te hebben verkend vertrokken we de 29e naar Petriti, waar we de eerste bouzoukia muziek van het jaar hoorden en we zeilden met een heerlijk doorstaande Noordelijke wind de volgende dag door naar Nisos Paxos, waar we ankerden in de Noordelijke  (Lakka)  baai, die wel mooi maar vreselijk vol was .

De 31e zeilden we door naar Ay Nikolai, tegenover de hoofdplaats Gayos, waar we heerlijk in de laag geankerd lagen met twee trossen op de bomen. Gayos is een leuk  schilderachtig stadje, wat ’s avonds helemaal tot rust komt, als de dagtoeristen met de tripperboats weer naar het vaste land zijn vertrokken

 Posted by at 8:43 pm
Aug 162009
 

ROME, LAZIO, SALERNO, CALABRIA, ISOLA EOLI, SICILIA.

In juni voeren we van Rome naar Sicilië via;

Fiumicino, Anzio, San Philipe de Cerceo, Ventotene, Capri, Agripoli, Acciaroli, Cetraro, Stromboli, Isola Vulcano (Porto di Levante), Reggio di Calabria, Riposto di Etna, Catania, Syracuse.

Op 21 mei vlogen we naar Nederland, waar we de familie bezochten en de groei van de kleinzoons controleerden. Het was reuze gezellig, maar de boot moest de 27e te water, zodat we de 25e naar Rome vlogen, de 26e mei de antifauling erop zetten, nieuwe annodes plaatsten en fourageerden. De 27e mei gingen we te water.

We kregen een goede ligplaats in Fiumicino aangeboden,vijfdik aan de Tiber, vlak bij het restaurant, douches en wasmachine en toch rustig uit de loop. We lagen op 15 bus/fiets minuten van het metrostation Ostia Antica, zodat we een goede uitgangspositie hadden om Rome te verkennen. Liesbeth ging een dagje alleen weg omdat Mike de riolering ging vernieuwen, en daarna ging Mike alleen het vaticaans museum in met daarna nog een kerk of wat..

Naast het Vaticaans museum, de Spaanse trappen, de rondrit met bus 110, het Pantheon, de Trevi fontein, (prachtig zwemwater volgens Tobias, die ook nog de fontein van het st. Pieterplein inspecteerde), de wandeling over het eiland in de Tiber naar Trastevere, het Collosseum, het Forum en het Capitool, hebben we ook van de prachtige kerken San Clemente (met 3 lagen geschiedenis eronder) en het Tempietto genoten.

De 8e juni besloten we dan toch maar te vertrekken naar Anzio, waar we na een heerlijke zonnige zeildag om 4 uur ’s middags aankwamen. Na een wandeling en een pizza hielden we het Zandvoort van Rome voor gezien en vertroken de volgende morgen, na verse broodjes te hebben gehaald, naar Cerceo. Buiten werden we opgelopen door de Italiaanse defensie (met sirene en zwaailicht) die onze bestemming vroegen en ons daarna een koers van 200 graden opgaven, totdat we Monte Cerceo dwars hadden, in verband met een schietoefening. Zo werd S.Felipe de Cerceo dan toch nog bezeild.

Op de 10e juni, na een mooie wandeling, besloten we over te steken naar het eilandje Ventotene, dat we met een mooie NO wind bezeilden en waar we om 1700 uur aankwamen in Porto Vecchio, een oude Romeinse haven uitgehakt uit de lava door Agrippa, de echtgenoot van Julia, dchter van Augustus, die daarheen verbannen was om haar losbandige leven in Rome. De volgende dag beklommen we illegaal haar villa en kwamen we er achter dat het eiland een behoorlijke verbannings geschiedenis bezit, Ook Octavia, de vrouw van Nero en in de tweede wereldoorlog de anti-fascisten tijdens Mussolini. Kortom een heerlijk eilandje, geen toeristen, geen fascisten., Aardige mensen; een klein pareltje in de Tyreense zee.

De 12e juni zeilden we door de baai van Napels binnen Ischia langs naar Capri, met de Vesuvius prominent aanwezig over bakboord. We ankerden aan de zuidkust in Marina Piccola. De volgende morgen klommen we via prachtige trappen en weggetjes (achter langs de villa van Gorki, o.a.), naar de stad en kwamen erachter dat de sfeer op Capri wel ongeveer het tegenovergestelde was als die op Ventotene.

’s Middags om 1200 uur gingen we anker op en koersten aan op Agripoli, weer op de vaste wal, in de provincie Salerno, waar we de volgende dag, zondag de 14e juni, met de verkering van de Ormigattori (de piermaster, of vastmaker) naar Paestum reden. Oorspronkelijk gesticht door de Grieken als Poseidonia, bezet door de Romeinen in 273 vC., waarna verlaten in 877 nC. ivm. met malaria. Men zegt dat het de mooist bewaarde Griekse architectuur is in Italie. De tempels van Neptunus en Hera zijn ook bijna nog puntgaaf, een prachtig en imposant gezicht.Of het inderdaad de mooiste Griekse overblijfselen zijn in Italie gaan we onderzoeken, tenslotte staan op de zuidkust van Sicilie ook nog de nodige tempels!

De volgende dag maakten we schoonschip, Liesbeth deed een boodschap en Michael preventief onderhoud aan boegschroef en buitenboordmotor. Om 12 uur vertrokken we naar Acciaroli, waar we om 1630 uur afmeerden aan de binnenkant van de buitenpier. We maakten een wandeling en aten heerlijk in een leuk restaurantje boven de boulevard , een rustig badplaatsje met wat vissers en weinig toerisme.

De 16e vertrokken we vroeg naar Cetrano, Calabrie, de wind zat wat tegen, dus motorzeilen, jammer. Om 1730 kwamen we ten anker, net achter de buitenpier, buiten de haven. We knorden met de dinghy een wat vieze vissershaven in, met grootse aspiraties, er was een enorme marina in aanbouw. Aan de wal kwamen we erachter dat we de wereld waren uitgevaren, 1 (lege) camping, 1 restaurant zonder klanten (de eigenaar zat buiten samen met zijn echtgenote te eten), een afgesloten strand, 1 gesloten visafslag en een kantoortje van de kustwacht. We werden bekeken als buitenaards en voelden ons verdwaald en ver buiten Europa.

De volgende dag op 17 juni, de verjaardag van kleinzoon Evert Jurriaan, koersten we naar Stromboli met net te weinig wind om voluit te kunnen zeilen, waar we om 1900 uur op een mooring vastmaakten. Op zee zagen we dat de vulkaan behoorlijk actief was, een paar keer per uur zat er wel een rookwolk boven. ‘s Avonds maakten we een wandeling over het zwarte strand, door rietvelden en een leuk dorp, San Vincenzo.

De volgende dag wandelden we door het leuke plaatsje maar we zagen af van de beklimming van de Stromboli s’avonds, wel spannend 3 uur omhoog (900 meter!) en twee uur omlaag met een hoofdlamp op glijdend door het stof, maar aan de andere kant moet je ook kunnen vaststellen dat op een gegeven moment je te oud wordt “voor die rotzooi”. We vonden een mooi compromis; heerlijk anderhalf uur lopen naar een restaurant (de vroegere observatiepost van de Italiaanse Geodienst) waar we de Stromboli onder het genot van een glaasje en een vorkje zagen uitbarsten. Wel moesten we daarna met een zaklamp weer teruglopen in de duisternis. Op weg naar het volgende vulcanische eiland voeren om de Stromboli heen en vanuit de boot zagen we de grote lavastromen en nog weer uitbarstingen.

Isla Vulcano was totaal anders, hier liep iedereen in badjassen om vervolgens en masse in de stinkende modder.te gaan zitten.

Op de ankerplaats zag je overal borrelend water en als je zwom was het zelfs behoorlijk warm. Liesbeth moest natuurlijk even uitgebreid in de bellen en zwom daarna achter de dinghy aan, stinkend naar rotte eieren, terug.

Er lagen voor het eerst hollanders in de baai en een amerikaans schip en dat was weer goed voor uitgebreid bookswappen.

Er was een mistral op komst dus we voeren gauw naar de straat van Messina om wat veiliger te zijn voor de harde westenwind. Onderweg zagen we verschillende zwaardvis boten die er erg merkwaardig uit zien. Een hoge mast met 4 uitkijken en een boegspriet wel drie keer zo lang als de boot zelf.

De straat was een kolkend massa water die ons af en toe een snelheid gaf van 9 knopen maar ook van 1,8 mijl.We voeren de haven in van Reggio de Calabria waar we een nacht voor de kant lagen.

De buren hadden net een tonijn gevangen en daar kregen we een groot stuk.van. Die hebben we de volgende dag op zijn Portugees (gestoofd) gegeten.

De volgende haven zou Catanie moeten zijn maar het leek of de storm sneller kwam dan verwacht. Daarom werd het Riposto, een grote jachthaven met alle gemakken.

Hier zagen we voor het eerst de overvloed aan groente en fruit die Sicilie heeft. Er was een groente en vismarkt vlakbij de jachthaven.

In Riposto huurden we een auto en reden dwars door het binnenland van Sicilie naar Cefalu, een leuk plaatsje met een enorme Normandische kerk.Langs de kust zagen we hoe erg het stormde langs de noordkust en hoe de zee overal tegen de rotsen beukte.Terug weer een andere route door het binnenland, via Enna en de enorme tarwevelden en via Catanie weer naar Riposto. Uiteindelijk verdwaalden we nog even en kwamen via kleine binnenweggetjes in de jachthaven.

De volgende ochtend werd nog vliegensvlug gestored in een een enorme supermarkt en daana de auto weer ingeleverd.

Zonder een zuchtje wind gingen we op weg naar Siracusa, maar de wind wakkerde sterk aan waardoor we uiteindelijk eindigden in Catania, waar Mike altijd al naar toe had willen gaan.

Het bleek een vieze grote stad te zijn waar we toch nog 2 nachten bleven vanwege het weer. (‘sNachts nog een dikke 7, ZW, waardoor we nog trossen bij moesten zetten). Tegenover ons lag de Etna zonder wolken maar er gebeurde niets. Ook in Riposto was hij al in gebreke gebleven.

De 25e juni vertrokken we naar Siracuse, waar we in de Grand Harbour ankerden. We bleven er 5 dagen, wat een prachtige stad en wat een lekker sfeertje. Een prachtige dom met een heerlijk plein, waar we uitgebreid de trouwerijen onder het genot van een glaasje bekeken.. (De dom is gebouwd op de plek van de tempel van Athene, waarvan de zuilen in de muren zijn verwerkt). We deden er de was, deden uitgebreid boodschappen, gingen naar het Griekse theater, hebben heerlijk gezwommen, de lopende tentoonstellingen bezocht en uitgebreid de Siciliaanse keuken verkend, heerlijk!

We besloten om op 2 juli naart Port Palo te vertrekken en de 3e juli vandaar vroeg over te steken naar Malta en Gozo; van Gozo terug naar Sicilie te zeilen, zo hoog mogelijk om zo dicht als het kan bij Agrigento te eindigen. Van Agrigento weer om de Oost te gaan en over te steken naar Griekenland en dan langs de Ionian af te zakken naar Kreta, waar we begin oktober de boot voor de winter achterlaten en via Nederland weer naar Portugal vliegen.

 Posted by at 3:41 pm