BootsmanTobias

 

Tobias heeft zeewacht


Hallo Jaap, Jilles, Jan Berend, Evert, Bartje en Dirk, bom dia,

Oma, opa boot en ik zijn weer aan het zeilen, wat ik wel een beetje jammer vind omdat ik het erg naar mijn zin had in Portugal.

Er zijn daar veel gezellige buurhonden om mee te spelen en naar elkaar toe te blaffen, dwars over de rivier.

Naast ons woont nog een hond die ook Tobias heet, hij is pas een half jaar oud, maar al een kop groter dan ik en hij is zwart, zodat onze baasjes niet in de war kunnen raken.

Ook wonen er4 katten naast ons, twee grijzen en twee zwarten, die ik af en toe lekker achterna kan zitten, wat heel goed is voor de conditie.

Maar goed, we zitten nu al weer een week op de boot, het begint alweer te wennen en het is best gezellig weer.

We zijn nu in de Middellandse Zee, aan de zuidkust van Spanje en we liggen in een klein vissershaventje, in de buurt van Malaga.

In Cadiz hebben opa en ik de opblaasboot opgepompt en uitgeprobeerd en hebben we de boot onderwater gepoetst. Er waren in de winter hele mosselen aan gegroeid.

Gisteren was er een stormwaarschuwing, maar de harde wind begon wat eerder, zodat we heel hard gingen en de boot soms zo slingerde dat ik wilde dat ik poezennagels had, om me beter te kunnen vasthouden.

Daarom zijn we nu aan het schuilen in Puerta Caleta de Velez, naast een groot strand met een enorme branding, waar het heerlijk zwemmen is en waar ik al een paar grote kuilen heb gegraven.

Morgen varen we door naar Motril, bij Grenada waar we naar toe gaan om de Moorse kastelen te gaan bekijken, waarover ik de volgende keer zal vertellen,

Dag jongens,

Dikke poot van Toob.


Eindelijk zwemmen!!

Hallo jongens,

We zijn op Ibiza, een eilandje in de Middellandse zee en het is sinds twee weken prachtig weer.

Iedere morgen en iedere avond zwemmen oma en opa boot en ik ook een wedstrijdje rond de boot, want we liggen veel ten anker in mooie baaien tussen de bergen.

Ik win bijna altijd, behalve als er veel golven zijn, want dan moet ik een zwemvest aan en dat remt vreselijk.

Het water is heerlijk en er zijn niet zo erg grote vissen.

Vaak gaan we met het rubberbootje op verkenning (effe cruisen noemen opa en oma dat) en mooie wandelingen maken, het liefst onder de bomen want het is erg verschrikkelijk warm, ‘s middags.

We lagen een paar dagen geleden in de baai van het koraal (Cala Corall heet dat hier), en daar stond voor de baai een enorme dyno. Hij was zo oud, dat hij al helemaal van steen was en wel drie keer zo hoog als jullie huis!

Opa geloofde het niet en zei dat het een standbeeld was van Ollie B. Bommel met een rugzak om, maar dat was echt niet zo.

Je kunt hier nog veel meer rare dingen zien, we waren in een baai waar een groot koninginnebeeld stond bij de ingang van de baai.

En ze hebben hier geen zwembroeken. Dat vind ik wel zo simpel. Het is maar een raar gedoe, andere kleren aan als je in het water gaat (of een zwemvest!)

Dat vond ik nou zo goed van jullie, toen jullie in Portugal waren en we gingen zwemmen.

Jullie deden gewoon je kleren uit en gingen in het water in plaats van eerst een andere broek aan te doen.

Daaag, de groeten van een mooi eiland , Ibiza, metlekker veel water.

Poot van Toob.

Badmeester Tobias,

Hallo jongens,

Intussen zijn we op Mallorca, maar ik zal nog een verhaaltje vertellen over Ibiza, waar opa en oma en ik vaak aan het strand gingen zwemmen. Dat mag niet voor hondjes, maar ’s avonds wel.

Het is alleen jammer dat er dan zo weinig kinderen zwemmen, want daar kun je veel meer mee spelen en lachen dan met de grote mensen.

We gingen met het rubber bootje dan aan de wal, even zwemmen en daarna gingen opa en oma met de andere zeilers wijn drinken en sterke verhalen vertellen. Niks aan, behalve het zwemmen dan.

Wel was het leuk als de andere zeilers ook een hond hadden, dan gingen we keet schoppen en sterke verhalen vertellen.

Maar nu heb ik een truc gevonden die altijd werkt. De mensen komen me dan “redden” en dan hebben ze zo een medelijden met me, dat ze bijna de hele avond et me gaan spelen.

Het werkt zo:

Ik zwem naar een grote steen die voor het strand ligt, in het water. Dan klim ik erop en ga vreselijk blaffen. Soms als de mensen trommelen of dansen of liedjes zingen met een gitaar of zo duurt het wel eens lang, maar ik blijf gewoon door blaffen. En dan ziet iemand me op die steen staan, midden in het water, meestal een lief meisje.

Dat meisje waarschuwt dan de andere kinderen en zegt dat er een klein wit hondje op een eilandje staat en er niet af durft.

En dan komen me ze “redden” en gaan daarna de hele avond met me zwemmen en spelen. Lachen hoor!

Ik speel dan een beetje de badmeester, want op de kleine kinderen moet je heel goed passen, die willen nog wel eens vallen in het water.

Na de tweede keer had opa mijn spelletje door, hij moest er best om lachen, maar als ik soms heel lang moet blaffen komt hij naar me toe en zegt hij “nu is het wel genoeg, aansteller, als je zo door gaat ga ik je Robbie, naar Robinson Crusoe noemen.

Nou, wat dat betekent moet je maar aan papa en mama vragen, het is, geloof ik, iemand die op een onbewoond eiland woont.

Hier op de foto komt hij me halen, van mijn steen.

Jongens, ik ga even slapen, want morgen moet er weer veel gezwommen worden,

Een dikke poot van

Tobias.


Riemen vast, help oma roeit een tros over!!!

Cala Dagador, Menorca, 29 juli 2008.

Ola jongens, bom dia!

Dat was wel weer lachen hoor.

Normaal gaan we ten anker, dan zoeken we een mooi baaitje uit en een goed plekje bij een mooi strandje en laten ik en opa het anker vallen, of soms varen we een baaitje in en zoeken een mooi boeitje uit waarop we met een boeitros vast maken.

De boei hebben oma en opa van te voren besteld en een boeitros is een dik touw, waarin in het midden een ketting zit, zodat de tros daar niet kan slijten en breken.

OK, dat is dus allemaal niet zo moeilijk en goed te doen met een kleine bemanning.

Maar wat gebeurd er?

Precies, het wordt drukker op het water en bij de leuke stadjes is het heel druk in de vakanties.

Normaal gaan we dan juist naar de uithoeken van een eilandje en zoeken de stilste baaitjes.

Maar oma wilde naar de kapper en nog een paar boodschappen doen en dan kom je al gauw in een stad.

Dus kwamen we in een volle baai en was er geen plaats om te ankeren, of je moest je anker uitgooien en een tros naar de wal roeien om het zwaaien van de boot tegen te gaan, zodat er meer ruimte voor andere schepen overbleef.

Okee, opa en ik laten het bootje te water, gooien de lange trossen erin met een paraplu anker voor achter de stenen en gaan naar voren om het anker er in te gooien.

Oma zou naar de wal roeien, om de tros vast te maken en zich langs de tros weer terug aan boord trekken.

Opa en ik zouden intussen de boot voorzichtig achteruit naar de wal varen om oma niet zover te laten roeien.

Maar, nou komt het: oma kan best wel een beetje roeien, maar niet met een tros. Dus dat was wel lachen.

Ze haalde het op inzet, met nagels, handen en voeten, maar met maar één roeiriem.

De andere verloor ze onderweg.

Toen de ankerkettingen de waltros van oma strak stonden, hebben opa en ik er nog een tweede waltros bijgezet en onderweg heb ik de roeiriem maar opgevist en terug naar het schip gezwommen.

We lagen daarna prima, maar ik hoop dat opa en oma geleerd hebben om zulke mannoeuvres niet meer met een te kleine en onderbetaalde bemanning uit te voeren, mij hemel wat was dat weer hard werken in de warmte!

Hier op de foto zie je opa de verloren riem weer op de dinghy vast maken.

Nou jongens, tot de volgende keer,

Dikke poot

Van

Toob.


Tobias en de ouwe gebouwen, Sardinia 12 september

Buongiorno, dat is bom dia in hetItaliaans.

Jullie horen wel dat ik alweer een nieuwe taal in een nieuw land heb geleerd!

Opa en Oma Boot hadden een auto gehuurd en gingen twee dagen lang ouwe gebouwen bekijken.

Eerst een grote kerk midden in de bergen, dat begreep ik nog wel.

Maar daarna gingen ze gebouwen bekijken die alleen maar uit grote hopen stenen bestonden.

De kerk mocht ik niet in.

Maar die grote stapels stenen wel en dat was wel heel cool.

Lekker overal opklimmen en in donkere holletjes snuffelen, misschien ligt wel nog wel een heel oud bot uit die tijd.

Voor een van die steenhopen moesten we een heel eind wandelen en dat hadden we een hele tijd niet gedaan, dus jullie begrijpen datdeze uitstapjes wel helemaal naar mijn zin zijn.

De laatste steenhoop had iets weg van een hondenhok en dat heb ik dan ook uitgebreid geïnspecteerd, zoals je op de foto ziet.

Toen we thuis kwamen lag de boot erg te schudden, en het regende ook nog eens heel hard.

Opa Boot vindt datheel vervelend maar ik niet, ik kruip dan lekker bij Oma in bed.

Volgende week is het mijn verjaardag, ik word 10 jaar en ik ben benieuwd of we dan weer iets leuks gaan doen en of ik een mooi cadeau krijg, een hondenkar of een hondenfiets of een hondenrollator of zo. Ik word een dagje ouder en dan kun je wat spulletjes meenemen, die ik anders steeds in mijn bek moet houden. Boomstammen en takken en botten enzo.

Misschien krijg ik wel een e-mail van jullie, een hond wordt niet iedere dag 10.

Nou jongens, dat was het weer.

Ciao,

Dikke poot van

Toob.


Neef Martijn aan boord,

Bom dia, jongens!

Nadat we een hele nacht hadden doorgezeild, van Menorca naar Sardinie, kwamen in Alghero Tante Marina en neef Martijn aan boord!

Marina is de zus van opa boot en Martijn is de oudste zoon van Marina.

Dat was heel erg gezellig, ze hebben meegevaren van de Noordwest kust van Sardinie, tot de Zuidoost kust, tot Cagliari.

Martijn had vroeger een hele leuke hond, Snoopie, dat was een heel goede vriend van mij. Hij heeft nu een nieuwe hele grote hond, Bloem ook een aardige vriendin.

Martijn is dus honden gewend en ik kan altijd goed met hem spelen.

Ook is Martijn hartstikke cool, we begrijpen elkaar hartstikke goed en doen de hele dag dezelfde dingen, slapen en eten.

Martijn en ik gingen ’s morgens en ’s avonds altijd met het bootje naar de wal een beetje stappen en spelen. We gingen altijd samen zwemmen en wandelen, en ik sliep ’s nachts bij Martijn op de bank.

In Cagliari hebben we Marina en Martijn naar de trein gebracht naar Olbia, want daar moesten ze met de boot naar Livorno en vandaar met de trein naar huis.

Dat was best een beetje droevig, want Martijn is een hele lieve neef, en nu mis ik hem best wel.

Gelukkig kwamen ’s avonds Lineke en Peter met hun boot binnen en daarmee zijn we naar het strand en de zoutpannen gefietst.

Ook lagen Greg en Kathryn in de haven en die maken nog steeds het lekkerste, Amerikaanse ontbijt van de wereld.

Zaterdagavond werd er een barbecue gehouden op de jachthaven met een muziek bandje en ging iedereen bakken, braden en dansen.

Er waren nog vijf honden van de havenmeester, dus dat was nog even keten en lachen tijdens het eten.

Nou jongens, morgen gaan we verder naar de noordoost kust van Sardinie, waarover ik de volgende keer zal vertellen.

Dikke poot, en tot ziens,

Tobias.


 

Tobias ontdekt een schildpad, Jan Berend en Evert Jurriaan aan boord!

Op 18 september kwamen we aan in Santa Teresa di Gallure, een mooi havenje aan de noordkust van Sardinië, waar je Corsica heel goed kunt zien liggen aan de overkant van de Straat van Bonifacio.

Pak maar een atlas met mama of papa, dan kun je het goed zien.

’s Middags zouden Marjolijn, Berend Jan, Jan Berend en Evert Jurriaan aan boord komen, dus ’s morgens hebben opa en ik nog even de boot gepoetst.

Daarna zijn opa en ik naar de hoogste berg gelopen, die boven de haven uitsteekt en waarop een klein kerkje staat en wat beelden van Onze Lieve Heer en een geredde matroos.

Onderweg zag ik een landschildpad het pad oversteken van wel 50 cm lang en 40 cm hoog. Opa en ik hebben een heel stuk met hem mee gelopen, maar opeens ging hij rechtsaf en kroop onder een enorm braambos.

Jammer genoeg had opa geen fototoestel mee, anders hadden we hem nu kunnen laten zien.

In de middag kwamen de jongens aan boord, omdat ze aan de zuidkant van de haven stonden en wij aan de noordkant lagen, moest opa ze met de dinghy halen, dat was wel spannend, Evert Jurriaan wilde eerst niet, maar zijn vader en ik riepen dat hij niet zo flauw moest doen en dat roeien best leuk is.

Jan Berend hielp opa nog met roeien, dus die kan zo matroos worden bij ons.

Ik heb de jongens nog van de schildpad verteld, dus we gingen met oma,Jan Berend, Evert Jurriaan en hun vader de schildpad zoeken. Ik heb ze precies aangewezen waar hij liep, maar, heel jammer, we hebben hem niet meer gevonden.

’s Avonds gingen we met z’n allen eten in het stadje, dat was verschrikkelijk fijn. Ik heb heerlijk onder de tafel van Evert en Jan gezeten en mijn buikje rond gegeten.

Daarna bracht Berend Jan oma, opa en mij terug aan boord en gingen zij terug naar Porto Bello di Gallure.

Het was een heel gezellige dag, van mij mogen de jongens wel iedere dag langs komen!

Dag jongens,

Dikke poot

Van Toob.

Terug in Portugal, oktober 2008

 


Hallo jongens, bom dia.

Nadat ik jullie nog een paar keer had gezien in Groningen (de laatste keer na het circus van school) en in Amsterdam (toen we met Bob de Bouwer en de brandweer speelden en door het Vondelpark hebben gewandeld) zijn we eindelijk weer thuis, in Portugal.

We moesten eerst heeeel vroeg opstaan om het vliegtuig te halen en in Portugal stond het baasje van de zwarte buurman Tobias ons op te wachten.

Het is hier weer dikke pret, de poezen zijn er nog om op te jagen, en er is een nieuwe hond die af en toe langs komt: Samson; die is gespecialiseerd in paddestoelen zoeken, dat vind ik welheel erg knap.

Hij leert me veel over paddestoelen en ik vertel hem dan verhalen over walvissen en haaien.

Verder hoef ik bijna niet aan de lijn en mag ik lekker om het huis rennen, achter de grote zwarte kat van de buren aan.

Iedere ochtend gaan we wandelen met de andere Tobias en zijn vrouwtje. Soms gaat de hond van de overbuurman, de boer Vitorinho van boven op de berg, ook met ons mee.

Die komt af en toe een dagje spelen en wil dan wel bij ons logeren.

Maar opa vind dat niet goed, als hij bij ons gaat wonen kan hij niet mee naar de boot in de zomer en alleen op het huis passen kan hij nog niet.

Bovendien heeft hij een prachtig hondenhok op de boerderij.

Aan het eind van de wandeling gaan we dan met z’n drieën zwemmen in de rivier, weten jullie nog wel, waar we de bamboestokken hebben gesneden met mama.

Nou jongens, ik hoop jullie weer gauw te zien, hier in Portugal.

Dan gaan we weer een groot kasteel samen bouwen op het strand en in de rivier spelen.

Dikke poot,

Van Toob.

 

fotoos-2009-043_0.jpg

 

Tobias in Rome

Hallo Jongens,

Toen we bij jullie geweest waren, zijn we met de KLM naar Rome gevlogen. ( Ik doe er nog een paar fotoos bij van de laatste keer dat ik bij jullie was, was heel gezellig)

Ik had een een heel luxe kooi en de gezagvoerder van het vliegtuig heeft me een heel mooi plekje in het ruim gegeven en aan oma verteld dat ik prima aan boord zat.

Na twee uurtjes vliegen en 7 minuten met de auto waren we weer aan boord. De boot stond nog op de kant en de volgende dag heb ik met opa de boot geschilderd. Toen de verf droog was kwam de kraan en die tilde ons in het water. Opa was nog met de motor bezig, maar de man van de kraan heeft met een sleepbootje ons naar de steiger recht voor het restaurant gebracht, dat was een goed plaatsje! Ik ben ook direkt een grote vriend van de kok geworden.

Er moest nog best veel aan de boot gebeuren, dus als bootsman moest ik opa of oma helpen.

de-bus-in-malta

Maar soms gingen we samen Rome verkennen en dat was best spannend. De eerste dag gingen we met bus 110, een dubbeldekker met open bovendek, jeetje mina wat een grote oude stad. Je kon precies zien hoe de Romeinen de stad hadden gebouwd.

Maar ook de moderne stad, de Trevifontein, wat een prachtig zwembad met stenen beelden waaruit water spuit. En het was heeeeel warm, dus ik ging meteen zwemmen. Alleen kwam er toen wel een badmeester aan, (die heten hier caribinieri en hebben een zwarte broek met een rode streep aan) die vroeg of ik een zwemdiploma had. Nou ja, hondjes kunnen gewoon zwemmen, ook zonder diploma, maar dat vond hij niet goed, ik mocht dus niet meer in het diepe, alleen nog maar in het pierebadje links, bij het stenen paard. Dat was wel een beetje jammer, maar wat een mooie fontein jongens!

even-afkoelen

Daarna gingen we naar het Vaticaan, opa ging de Sint Pieter in om een kaarsje te branden voor mooi zeilweer en een goede reis. Oma en ik gingen de tuinen in, langs de Zwitserse soldaten met prachtige pofbroeken aan en daar stond weer zo een grote fontein om te zwemmen, heerlijk. Oma dorst me niet erin te laten, maar op een balkonnetje stond de paus net een beetje over het plein uit te kijken en een sjekkie te roken en hij riep “Tobias, als je het warm hebt, ga gerust je gang, ga maar even lekker zwemmen”, wat een aardige man is dat! Dus dat was ook best wel even lekker zwemmen in de pauselijke fontein.

Daarna gingen we naar een kollossaal museum, het Colloseum, waar ze vroeger kunstjes deden met leeuwen en gladiatoren, een soort boksers, maar dan anders. Net een hele grote Ahoy dus.

Het leukst was Circo Maximo, waar vroeger de paarden en wagenrennen werden gehouden, wat een prachte draafbaan! Daar hebben opa en ik nog even balletje gegooid, was ook heerlijk.

Toen we heel Rome hadden bekeken en de boot klaar was, zijn we vertrokken naar de Liparische eilanden met allemaal vulkanen. Maar darover vertel ik nog wel.

Jongens, tot de volgende keer, een dikke poot,

Van Toob.

Hier zijn de fotoos van de ons bezoek in mei!

in-amsterdam

 

jaap

 

jilles

 

mannen-veldkamp-in-bad

 

Tobias op de vulkanen.

Van Rome gingen we met de boot naar de Liparische eilanden, die zijn bijna allemaal vulkanisch, dat betekent dat het vulkanen zijn of vulkanen zijn geweest. Vulkanen zijn vuurspugende bergen, maar dat weten jullie natuurlijk allang.

Het eerste eiland was Ischia, toen langs de Vesuvius naar Capri. De Vesuvius was enorm groot en hij rookte, er kwam een grote zwarte wolk uit de krater aan de bovenkant.

Capri is een dode vulkaan, die is dus met het roken gestopt en het is een prachtig eiland met veel groen en mooie bloemen en prachtige huizen. We hebben het eilandje van Zuid naar Noord overgestoken, klimmend en wandelend.

De volgende vulkaan was Ventotene, die was ook met het roken gestopt, dus een hele oude dode vulkaan. Het was er prachtig en heel rustig. We lagen er in een heel kleine haven die nog door de Romeinen uit de rotsen was gehakt, heel bijzonder met verschrikkelijk oude luchtjes. We zijn er nog naar een oude Romeinse villa gelopen, die was van de dochter van keizer Augustus geweest, Julia heette ze. Je kon nog duidelijk ruiken dat ze 2000 jaar geleden 3 honden heeft gehad.

Daarna gingen we naar de Stromboli, dat was een prachtige zeiltocht en is dat is een levende vulkaan. Op zee zagen we hem ook steeds grote zwarte wolken uitspugen. Het was een prachtig eilandje, mooi begroeid met dikke rietvelden en hoger veel planten en bloemen. Nog hoger wordt het warm en is er alleen maar zwarte as. Ook de stranden zijn van zwarte as, dat lijkt vies, maar het is net als gewoon zand, alleen dus zwart.

Opa en oma wilden ’s nachts naar boven klimmen om in de krater te kijken, als je dat in het donker doet kun je het vuur goed zien. Dat is 3 uur naar boven en twee uur naar beneden en 900 meter klimmen door het stof. Gelukkig ging dat niet door, ik moest er niet aan denken om met mijn poten door de hete as te moeten lopen. We zijn toen naar het osservatorio gelopen, een vroegere uitkijkpost van de Italiaanse vukanische dienst, dat nu een restaurant is. We liepen 1,5 uur naar boven, gelukkig nog niet in de hete as, maar lekker door de groene velden en kwamen toen tegen de tijd dat de zon onder ging, (prachtig boven zee), aan in het restaurant, waar we een tafeltje kregen met uitzicht op de krater. Tijdens het eten gaf de vulkaan een paar keer een behoorlijk gerommel, net als onweer in de verte en gaf dan een straal vuur uit de krater, waarna er rood gloeiende lava naar beneden rolde, gelukkig de andere kant op dan waar wij zaten. Best eng en het gaf heel veel licht. Als het vuur er uit kwam gaf dat ook een enorm geluid, net als van een straalvliegtuig op Schiphol.

Ik wilde eigenlijk meteen weer terug naar de boot, maar opa en oma bleven gewoon eten en dat was wel erg lekker, want ik kreeg ook steeds lekkere hapjes van ze. Na het eten moesten we weer 1.5 uur door de donkere paden naar beneden. Opa en oma hadden zaklantaarns meegenomen, om niet te struikelen over stenen of in kuilen te vallen, maar ik wist de weg meteen met mijn neus te vinden, dus ik heb iedereen veilig terug naar het strand gebracht, waar het rubberen bootje lag. Opa had het ankerlicht aan gestoken voordat we weg gingen, dus we konden in het donker de boot gauw vinden. We gingen gauw slapen, maar ik moest steeds aan die spannende vuur spugende krater denken.

We bleven 2 dagen op Stromboli, wat een mooi eilandje is dat en wat een leuke dorpjes zijn daar met steile smalle straatjes, we hebbe er heerlijk gewandeld.

Daarna zijn we naar het eilandje Vulcano gezeild. Dat ligt onder het eiland Lipari en dat is een slapende vulkaan. In de krater zijn modderbaden en warm water bronnen, geisers noemen ze dat. Het hele eiland is vol van mensen in badjassen die naar de modderbaden liepen en zich helemaal in de modder dompelden. Die modder stinkt, jongens, vreselijk. Het ruikt naar zwavel, dat is wat je ruikt als je een lucifer afsteekt, vraag maar eens aan mama of papa. Ze zeggen dat het goed voor je huid is, vooral voor allerlei jeukziektes. Omdat ik altijd jeuk heb en daar pilletjes voor moet slikken van de dokter, dacht oma dat het ook goed voor mij zou zijn. Maar daar begin ik niet aan! Ik ben ontzettend hard weggelopen.

vulkanische-modder

Vieze zwavel stinkende bubbelende blubber

Oma en ik zijn toen wel in zee gaan zwemmen waar zwavel bubbels bovenkomen en de zee net een bubbelbad lijkt, maar weer die afgrijselijke stank! Ik wilde er meteen weer uit, ook omdat het water erg warm was, maar oma bleef maar zwemmen, dus moest ik natuurlijk wel op haar passen. Ik moet zeggen dat ik daarna toch wel minder last van jeuk heb, dus misschien is het echt wel goed voor je!

Van Vulcano gingen we naar de straat van Messina, waar Odysseus ook heel lang geleden heeft gezeild, maar daarover vertel ik de volgende keer.

Nou jongens, dikke poot,

Van Toob.

 

Salve Jongens,

Na een lange tijd weer een verhaaltje van mij. In Italie zeggen ze buon giornato (goeden dag) maar op Sicilie zeggen ze salve , komt nog van de oude romeinen. (die zeiden Ave Centurio of Ave Ceasar, of Salve Jaap).

We liggen in een grote baai in Siracuse, het is hier weer eens heel bijzonder.

Ik lig de hele dag, tenminste als we niet met het kleine bootje op stap zijn, op de rand van de boot naar het water te kijken omdat er hier voortdurend vissen uit het water springen, soms wel 5 keer achter elkaar. Opa hoopt dat er een in het kleine bootje springt om hem dan op te eten en ik controleer hier de vangst.

Verder worden we in deze baai wakker met het Wilhelmus van Italie, dat is het land waar we zijn. Siracuse ligt op Sicilie, een eiland in het zuiden van Italie. Aan deze kant van de baai is er een kazerne van de Italiaanse luchtmacht met watervliegtuigen en die hijsen s’morgens de Italiaanse vlag met trompetten en het volkslied. ‘s Avonds laten ze hem weer zakken met tromgeroffel en trompetten.

Er hebben hier vroeger veel Grieken gewoond en die hebben tempels gebouwd van grote stenen. Die stenen hakten ze uit de berg en dat kun je nog steeds zien. Er zijn enorme gaten gemaakt.

tobias-in-het-oor

Een zo’n groot gat noemden ze het oor van Dionissos en daar zijn we in geweest.

Heel donker en heel hoog en er was een echo zodat je alles kon horen, zelfs fluisteren helemaal achter in de grot kon je voorin duidelijk verstaan, vandaar het oor. Als rechtgeaarde reishond heb ik er even een reuk spoor achtergelaten, zoals je ziet op de foto.

Opa en oma praten wel veel over de Grieken, maar ik ruik precies wat er hier 2500 jaar geleden is gebeurd. Welke griekse hondjes hier hebben gewoond en wat ze allemaal hebben uitgehaald.

En in Syracuse is heeeel veel gebeurd. De stad was zelfs even groter dan Athene (de hoofdstad van het oude en het nieuwe Griekenland) en dat pikten ze toen niet. Later wilden de Romeinen ook de stad bezetten (en dat is toen op het laatst ook gelukt) maar Archimeds die hier toen woonde heeft enorme katapults gebouwd, waarmee ze de Romeinse schepen beschoten en hij had zelfs hele gote brandglazen gemaakt waarmee hij de zeilen van de Romeinen met de warmte van de zon in brand stak!

500 jaar voor het begin van onze jaartelling was Siracuse net zo belangrijk als nu New York. Er woonden wel 500.000 mensen en ze hadden de lekkerste broodjes, de mooiste tomaten en de heerlijkste groente van de wereld. Dat kun je nu nog zien op de markt. Ze hebben nog grotere vijgen en kersen dan in Portugal of Spanje. Dat komt omdat het hier vulkanies is, dat maakt de grond zo vruchtbaar en dan groeien er de mooiste vruchten en het meeste graan.

Volgens Oma hebben ze ier ook de lekkerste wijn van de wereld, dat zegt ze iedere avond weer giegelend.

Verder is er hier in de oude stad ook een heel leuk en mooi plein, met het raadhuis en een hele grote kerk, een baseliek en een echt Atheneum, omdat de kerk gemaakt is van de oude tempel van Athene (niet de stad, maar de godin) en dat kun je nog zien aan de buitenmuren, daar zitten allemaal hele grote (dorische) zuilen in. Heel bijzonder om daar tegen aan te plassen.

Nou jongens, volgens opa gaan we gauw naar Malta, dat is een een eiland midden in de Middellandse zee precies tussen het oostelijke en het westelijke deel. (Kijk maarop de landkaart met papa en mama).

Het was in 1564 heel belangrijk voor onze geschiedenis, maar daar vertel ik de volgende keer over.

Dikke poot,

Van Toob.

 

Tobias in het spoor van Odysseus.

Hoi jongens,

fotoos-2009-140

 

Nou, ik dacht eindelijk van die vieze stinkende vulkanen af te zijn (volgens mij stinken ze net als een mensenscheetje als ze erwtensoep hebben gegeten) zagen we onderweg naar de Straat van Messina en wel tot tot Syracuse aan toe, de Etna, de grootste levende vulkaan van Europa . Hij is meer dan 3000 meter hoog met aan de noordkant sneeuw).

Maar goed, volgens de oude Grieken (wel 2500 jaar geleden), was de Etna de zuil van Zeus een god die woonde op de berg Olympus en getrouwd was met Hera, ook een godin. In die familie was een godenzoon en die heette Odysseus en die ging met nog meer godenzonen op reis door de Middellandse Zee, waar ik en oma en opa met de boot nu ook zijn. Die reizen zijn heel lang geleden opgeschreven door een andere Griek, mijnheer Homerus, die heel mooi kon dichten en heel spannend kon vertellen.

Ik wil niet opscheppen hoe goed ik wel kan ruiken, honden kunnen dat nou eenmaal veel en veel en veeel beter dan mensen, maar ik heb al een paar keer geroken dat Odysseus was langs gekomen ver voordat wij er waren. Vorig jaar bijvoorbeeld in Bonifacio, dat was net nadat de Jan Berend en Evert Jurriaan onze boot hebben geinspecteerd en ik nog schilpadden met hun heb gezocht. Maar ook op de vulkanen is Odysseus heel lang geleden geweest. Ik zeg dat niet steeds tegen opa, want die weet daar toch niets van, maar nu we de Straat van Messina invoeren moet ik aan opa toch wel vertellen (als een goede bootsman) dat ik had geroken dat Odysseus daar vreselijk gevaarlijke avonturen heeft beleefd en zijn boot was net zo groot als die van ons.

Het was namelijk zo dat als je de Straat van Messina invaart vanuit het Noorden aan de rechterkant Charybdis woont een soort boze halfgod die een hele grote draaikolk maakte waarin hij hele schepen opzoog. Aan de linkerkant is het nog veel erger, daar woont Scilla in een grot boven het water .

Scilla heeft 6 lange nekken van 3 meter met verschrikkelijke bekken die boven het water bungelden waarmee ze zwaardvissen en dolfijnen uit het water trok, maar ook de bemanningen van de schepen af plukte en op at. En onder aand de grot waar ze woonde was er ook een draaikolk die de schepen naar beneden trok. Daar moesten we dus tussendoor, dus daar heb ik met opa even over moeten praten.

Opa vond het heel knap van mij dat ik dat allemaal wist, maar hij vertelde dat Scilla intussen allang dood was door een uitbarsting van de Etna en door een aardbeving in 1783 de bodem in de Straat zo was veranderd dat de draaikolken er nog wel waren, maar niet meer zo heftig als in de tijd van Odysseus en daarna. Bovendien gingen we !.5 uur voor Hoogwater naar binnen dus hadden nog een beetje stroom mee, maar de draaikolken waren dan op zijn kleinst. En het ging best goed, we zagen nog wel draaikolken, maar ze waren niet gevaarlijk gelukkig en we konden er gewoon doorheen varen.

Daarna kwamen we in Riposto, onder aan de voet van de Etna. Ik rook weer dat Odysseus daar geweest was en weer een vreselijk gevaarlijk avontuur had beleefd. Onder aan de Etna woonden vroeger namelijk hele grote mensen, reuzen van wel bijna 3 meter hoog met maar een oog, midden in hun hoofd. Die reuzen heetten cyclopen en ze aten rustig een mens op, ongeveer 1 per dag. De kust heet nog wel Riviera di Cyclopi, maar de Cyclopi bestaan gelukkig niet meer.

Odysseus heeft toen een paar zakken wijn aan de Cycloop gegeven waarmee ze gevochten hadden en die viel toen in slaap. Ze hebben hem toen vastgebonden en met een boomstam een klap op zijn oog gegeven, waardoor hij niet meer kon kijken en zijn toen heel hard weggevaren.

Weer later toen we van Malta naar Gozo voeren, rook ik weer zo een avontuur van Odysseus. In Gozo woondde op een prachtig strand in een hele grote mooie grot een heel mooi meisje, dat heette Calypso. Odysseus werd een beetje verliefd op Calypso en heeft 7 jaar daar in de grot en op het strand gewoont (mooi jongens, prachtig daar!). Maar Zeus en Hera, vonden dat niet helemaal goed en zijn toen met Calypso gaan praten, dat ze Odysseus weer moest laten gaan, om zijn reis af te laten maken. Dus toen is hij met zijn vrienden weer verder gezeild.

strand-van-calypso-gozo

het strand van mevrouw Calypso

We varen nu naar Griekenland en naar de eilandjes waar Odysseus is vertrokken. Als ik weer een avontuur van hem ruik, zal ik het weer aan jullie vertellen.

OK, jongens, allemaal een dikke poot,

Van Toob.

P.S. Jongens, op Malta hebben ze gave bussen! Oude Leylands met DAF motoren en ze rijden met alle ramen en deuren open, cool man!!

rattenjacht

Eekhoorns en ratten aan boord!

 

Hallo jongens,

Ik heb een hele tijd al niet van me laten horen, maar er is ook best erg veel gebeurd en, het spijt me verschrikelijk om te vertellen, het was zo vreselijk druk, dat ik bijna geen tijd had om een verhaaltje aan jullie te vertellen.

Het zit namelijk zo;

Nadat we langs de verschrikelijke monsters op de Italiaanse kust waren gevaren en de levende, slapende en dode vulkanen waren gepasseerd, kwamen we in Griekenland, in de Ionische Zee, kijk maar met papa en mama op de kaart. We kwamen op de eilanden waar Odysseus koning was geweest, die godenzoon van de vorige avonturen, op Corfu, Lefkas en Ithaca, maar nog heleboel andere kleinere eilanden.

Op een van die kleinere eilanden; Meganassi (ik dacht ook eerst, lekker veel nassi, maar dat werd anders), gingen we ten anker en roeide oma boot twee trossen naar de wal. We lagen dus voor vast aan het anker en achter vast met twee trossen aan twee sterke bomen. Toen we goed lagen, gingen oma, opa en ik lekker wandelen en heerlijk zwemmen en daarna een ijsje eten. Toen we terug aan boord kwamen, lagen er druiven aan dek en was er een meloen in de kombuis, half opgegeten. Dat was wat!

Ik rook het meteen, er waren twee eekhoorns aan boord geweest, die hadden lekker verse suikermeloen gegeten en de druiven aan land gebracht. Ook rook ik een jong ratje, dat druiven had gepikt, maar ik kon niet precies ruiken of hij ook terug aan de wal was gegaan.

Opa was best boos op op de brutale beesten, maar ja, ze roken natuurlijk dat heerlijke fruit en via de bomen en de trossen konden ze heel gemakkelijk aan boord klimmen. Ook vond opa dat ik als bootsman maar direkt het schip moest doorzoeken en als er nog beesten aan boord waren, die meteen de wal op moest sturen. Ook wilde oma meteen plastic schermen op de trossen maken, zodat er geen beesten meer langs de touwen aan boord konden klimmen.

Ik zei tegen opa dat ik de eekhoorns wel zou vertellen dat ze naar huis moesten, maar dan moest oma wel even wachten met de rattenschermen, zodat de beesten rustig van boord konden gaan als ik begon te blaffen. Bovendien zei ik tegen opa dat het ratje nog wel erg klein was en dat ik niet de hele dubbele bodem door kon klimmen om zo een ondermaats kleutertje de stuipen op het lijf te jagen. Bovendien heb ik zo ontzettend veel te doen aan boord; wachtlopen, de ankerpeiling controleren, oppassen dat er geen ongewenst volk aan boord komt, het dek schoonhouden, haaien en kwallen wegjagen als we gaan zwemmen, opletten dat de rubberboot goed vast ligt, en dat dag en nacht! En ik ben allang met pensioen, ik ben al 70 jaar! Dus ik kan er gewoon geen taken meer bij hebben, ik zou eigenlijk volgens de socialistische-waakhonden-vakbond (van de partij voor dieren), al taken moeten gaan af stoten.

Nou dat begreep opa gelukkig, al was het niet van harte. Hij zei nog even dat in tijden van crisis we alemaal een tandje bij onze plichten moesten doen en even niet bij onze rechten moesten stilstaan. Daar had opa natuurlijk gelijk in, in tijden van nood zijn alle hens aan dek nodig en dat zei ik ook tegen opa; als het een rat was die net zo groot was als ik of misschien nog wel een kop groter, nou dan was ik allang begonnen met het schip te verdedigen.

Maar ik zag in zo een kleuterratje geen noodsituatie.

Opa wel, hij vond zo een ondermaats knaagdier een gevaar voor het schip. Het beestje kon wel eens elektrische draden of rubberen olie- of waterleidingen stukknagen, zonder dat we het merkten en erop zee achter kwamen als de motor stopte, of dat al ons water was weggelopen. Hij kocht meteen een rattenval bij de ijzerwinkel en maakte een pijl en boog en voor de zekerheid ook nog een harpoen, voor in de dubbele bodem.

´s Avonds toen opa en oma en ik terug kwamen van Griekse dansles, had opa het ratje in de val gevangen!

We hebben hem naar de vuilstortplaats op Vathi in Ithaka gebracht, waar hij nu in een groot rattendorp woont en een ratten restaurant is begonnen. Hij vertelt daar allemaal sterke verhalen over zeilen, enorme suikermeloenen en storm op zee en hij heeft zijn buik kaalgeschoren en er een enorm anker op getekend.

Nou ja wat een vreselijk opscheppertje, na één nachtje slapen aan boord van een zeilboot!

OK, jongens, de volgende keer vertel ik over het eiland Ithaka, waar Odysseus heeft gewoond (en waar dat ratje nu zijn restaurant heeft).

Dikke poot

Van Toob.

klimgeit-ruzie-met-tobias

Tobias heeft (een beetje) ruzie met een hele grote klipgeit op Kreta.

 

Yasu Jongens,

dat is hallo in het Grieks en als ze zeggen “Hup”, zeggen ze hier “Hopa”

In Ithaca bleven we drie dagen, we hebben nog naar het kasteel van koning Odysseus gezocht, maar daar was niet veel van over, dus daarover kan ik niet meer vertellen dan wat Homerus (die dichter weten jullie nog, uit het verhaal van Odysseus) hierover al geschreven heeft. En dat hij er nog lang en gelukkig leefde met Penelope op het mooie eiland.

Ithaca is een prachtig en woest eiland, met heel veel hoge bergen, bossen en stranden, waar we heerlijk hebben gezwommen.

Van Ithaca gingen we naar nog een mooi eiland, Zakhintos, waar heleboel grote zeeschilpadden wonen, toen langs de Peloponnesos langs enorm hoge bergen en nog een eiland Kythera met een dorp heel hoog op een rots, naar Kreta.

Kreta is het grootste eiland van Griekenland en misschien ook wel het mooiste. Ik vond het in ieder geval heel spannend, vooral de eerste haven.

gramvousa-baai

We kwamen aan in een hele grote baai van wel 3 kilometer lang en 3 kilometer breed. Gramvousa baai. (Volgens de Grieken is het de grootste natuurlijke haven van de Middellandse Zee). Hij ligt helemaal op het noordwestelijke puntje van Kreta, net er naast en er boven zeg maar. Je zeilt er naar binnen tussen twee hele hoge rotsen, van wel 150 meter hoog, dan vaar je die enorme baai in met aan de noordkant het wilde Gramvousa eiland, aan de zuidkant Balos eiland met een grote witte strandlagune (een ondiep zoutwatermeer, waar je heel ver in kunt lopen en waar heleboel zeeschilpadden eten zoeken en het water heel lichtblauw is), aan de westkant een heel groot rif (stenen boven en onder water) en aan de oostkant de vaste wal van Kreta met hele hoge bergen die steil uit de baai omhoog steken.

In de baai liggen nog wel een paar rotsen, dus je moet wel goed oppassen en uitkijken. Maar als we een haven invaren sta ik altijd voorop, bij het anker en kijk goed of we vrij van de bodem blijven. Als het te ondiep wordt blaf ik altijd en dan stopt opa of oma de motor.

alegria-naast-het-wrak

We gingen ten anker aan de zuidkant van het wilde eiland Gramvousa, waar twee baaien zijn, een recht onder het fort en naast de riffen en de ander voor een klein strandje en naast een wrak van een gestrand vrachtschip, kijk maar op de foto. Wij gingen bij het strandje ten anker. Omdat er niets in de kaart stond over die baai, ging opa eerst heel voorzichtig een rondje varen, voordat we het anker lieten vallen. Daarna gingen we met het rubberen bootje naar het strand, heerlijk zwemmen!

’s Middags klommen we naar het grote fort bovenop het eiland. Dat fort was gebouwd in een driehoek met muren van elk 1000 meter lang en wel 20 meter hoog. Er woonde niemand meer, dus het fort zat vol wilde konijnen, patrijzen en wilde klipgeiten. De konijnen hadden er een eigen konijnenrijk gemaakt, en ze waren ook niet echt bang. Ik probeerde er nog een te vangen, maar oma vond dat niet goed. De baas van de klipgeiten was een hele grote witte bok met lange haren en die zat de hele tijd achter mij aan. Hij was net zo groot als opa, maar kon veel beter klimmen, dus ik moest

de-grote-witte-bok

 

me heel goed verstoppen en als hij dan in de buurt van oma of opa kwam dan sprong uit de bosjes en ging ik heel hard naar hem blaffen. Daar schrok hij dan heel even van en dan ging hij op een hoge steile rots staan, zodat ik niet bij hem kon komen, maar als ik me omdraaide kwam hij weer achter me aan. Best griezelig zo’n grote bok met die verschrikkelijk grote horens.

Beneden bij de eerste baai stonden drie huizen, waar ’s zomers een paar vissers woonden en die lekker vis aan het bakken waren. Daar woonde ook een leuke terrier Sophie, net zo een soort witte hond als ik, die vertelde dat zij met haar vrouwtje uit Wales in Engeland kwamen, 7 jaar geleden. Zijn vrouwtje is toen met een van die vissers getrouwd, Mikaelis en sindsdien woont hij op het eiland en hij heeft het reuze naar zijn zin. We hebben nog heerlijk gespeeld en gekletst, het was er reuze gezellig op het wilde eiland.

Wel zei ze toen we weer naar de boot gingen, dat ik voor de witte bok moest oppassen, want die heeft een hekel aan vreemde honden, omdat hij denkt dat die de geiten opjagen.

Nou, dat had ik zelf dus al ontdekt.

Jongens, als jullie de kans krijgen, moeten jullie echt proberen een keer naar Kreta te gaan! Het is er ongelooflijk mooi en je kunt hier prachtige avonturen beleven!

Nou dat was voorlopig mijn laatste verhaaltje van de boot, over een paar weken zie ik jullie in het echt, dat is wel weer erg leuk, hé?

Hopa boys! Tot gauw!

Dikke poot,

Van Toob

2012-09-09-at-09-03-26

StuurmanSamson, vanaf reis 2012, zwemmen met de jongens!

Nou jongens uit de Kruisweg, dat was mooi even zwemmen, alle fotoos en verhalen staan op de reis in Juli 2011, dus dat hoef ik niet meer te vertellen, samen zeilen is toch nog leuker dan verhaaltjes vertellen! Wanneer komen jullie weer???? En nemen jullie dan ook Bart, mama en papa weer mee??? Ik kan er haast niet op wachten!!!!

Hier een verhaaltje over de reis, nadat jullie weg waren, over kaarten enzo, dikke lik en twee poten tegen jullie been

Stuurman Samson, Sammy.

 

Hallo jongens,

 

Ik vond het reuze gezellig dat ik met  jullie in Amsterdam kennis heb mogen maken, we hebben nog best even lekker gevoetbald in de tuin en een mooie wandeling door het Vondelpark gemaakt.  Doen we vaker, Jan Berend, Evert Jurriaan en Dirk Arend, of niet?

 

Ook op Kruisweg in Groningen  vond ik het reuze gezellig, lekker gevoetbald, en nog naar de Zeedijk gewandeld, kikkers proberen te vangen en met Jaap en mama Sigrid nog een bal uit  de sloot proberen te halen, lachen. Het spijt me dat ik de bal per ongeluk heb stuk gebeten, opa was er best boos over. Ik zal proberen niet meer zo hard op een bal te bijten. Ik hoop Jaap, Jilles en Bart weer gauw te zien.

Maar het zeilen en zwemmen en bommetjes maken was echt het allerleukst!

Nou wij zijn intussen op de boot, nadat we een weekje zijn wezen wandelen in Turkije, in Cappadocia en aan een mooi meer in Ergidir.

Ook hebben we veel oude grotkerken gezien en een Romeinse stad. Was best gezellig, maar op het laatst was ik blij dat ik in mijn eigen mand op de boot kon slapen. Vanaf Portugal lag ik bijna elke dag in een andere kamer te slapen. Eerst in Delwijnen bij de zus van opa, toen in Apeldoorn, bij de moeder van oma Liesbeth, toen in Amstelveen bij de zus van oma Liesbeth, was ook wel gezellig, daar was nog een hond die wel van een robbertje knokken hield. Hij was alleen een beetje onhandig en hapte steeds zijn baasje in plaats van mij.

Nou en toen weer vliegen, naar Dalaman en toen twee nachtjes op de boot, was best druk, veel poetsen en ik kreeg een nieuwe mand. Daarna gingen we dus een weekje wandelen, was wel erg ver autorijden, maar onderweg stopten en wandelden we vaak.

In Cappadocia viel oma boot in een klein riviertje met hele steile oevers, ze viel languit onderwater, maar gelukkig liep ik vlak voor haar en kon ik haart hoofd boven water houden tot opa Kwam helpen. Behalve nat en zwart van de blubber, had oma gelukkig niets bezeerd. We kwamen een Amerikaans echtpaar tegen op de wandeling en die moesten wel lachen, hoe oma er uit zag!

s’ Avonds kwamen we weer tegen in het dorp, waar oma een poncho kocht; He riepen ze, nieuwe (droge) kleren??

Nou en toen gingen we dus varen. Opa boot doet de hele navigatie (dat is van de ene plaats naar de andere varen, op zee zijn geen straten en geen ANWB borden) op een computer en tegenwoordig ook op zijn telefoon, nou ja!

Persoonlijk voel ik mij daar niet helemaal veilig bij. Geef mij maar kaarten, van papier, waar je overheen kan lopen, aan ruiken en proeven, met je tong gewoon. Dan kun je gewoon zien en ruiken waar je naar toe moet.

2012-05-22 at 07-34-54

Dus, jongens, de boot is best wel leuk hoor, maar opa mag maar blij zijn dat ik zo goed kaart kan lezen.

Het enige nadeel van varen is, voor een jonge hond als ik dan,  dat ik net als ik mijn terrein heb afgebakend, dat doen wij honden door de poot te heffen, is dat we dan de volgende dag weer op een nieuw eiland zijn.

Kan ik weer helemaal opnieuw beginnen!

 

Dag jongens, tot de volgende keer !

 

Sammy.

 

 

 Posted by at 1:44 am