Aug 162009
 

ROME, LAZIO, SALERNO, CALABRIA, ISOLA EOLI, SICILIA.

In juni voeren we van Rome naar Sicilië via;

Fiumicino, Anzio, San Philipe de Cerceo, Ventotene, Capri, Agripoli, Acciaroli, Cetraro, Stromboli, Isola Vulcano (Porto di Levante), Reggio di Calabria, Riposto di Etna, Catania, Syracuse.

Op 21 mei vlogen we naar Nederland, waar we de familie bezochten en de groei van de kleinzoons controleerden. Het was reuze gezellig, maar de boot moest de 27e te water, zodat we de 25e naar Rome vlogen, de 26e mei de antifauling erop zetten, nieuwe annodes plaatsten en fourageerden. De 27e mei gingen we te water.

We kregen een goede ligplaats in Fiumicino aangeboden,vijfdik aan de Tiber, vlak bij het restaurant, douches en wasmachine en toch rustig uit de loop. We lagen op 15 bus/fiets minuten van het metrostation Ostia Antica, zodat we een goede uitgangspositie hadden om Rome te verkennen. Liesbeth ging een dagje alleen weg omdat Mike de riolering ging vernieuwen, en daarna ging Mike alleen het vaticaans museum in met daarna nog een kerk of wat..

Naast het Vaticaans museum, de Spaanse trappen, de rondrit met bus 110, het Pantheon, de Trevi fontein, (prachtig zwemwater volgens Tobias, die ook nog de fontein van het st. Pieterplein inspecteerde), de wandeling over het eiland in de Tiber naar Trastevere, het Collosseum, het Forum en het Capitool, hebben we ook van de prachtige kerken San Clemente (met 3 lagen geschiedenis eronder) en het Tempietto genoten.

De 8e juni besloten we dan toch maar te vertrekken naar Anzio, waar we na een heerlijke zonnige zeildag om 4 uur ’s middags aankwamen. Na een wandeling en een pizza hielden we het Zandvoort van Rome voor gezien en vertroken de volgende morgen, na verse broodjes te hebben gehaald, naar Cerceo. Buiten werden we opgelopen door de Italiaanse defensie (met sirene en zwaailicht) die onze bestemming vroegen en ons daarna een koers van 200 graden opgaven, totdat we Monte Cerceo dwars hadden, in verband met een schietoefening. Zo werd S.Felipe de Cerceo dan toch nog bezeild.

Op de 10e juni, na een mooie wandeling, besloten we over te steken naar het eilandje Ventotene, dat we met een mooie NO wind bezeilden en waar we om 1700 uur aankwamen in Porto Vecchio, een oude Romeinse haven uitgehakt uit de lava door Agrippa, de echtgenoot van Julia, dchter van Augustus, die daarheen verbannen was om haar losbandige leven in Rome. De volgende dag beklommen we illegaal haar villa en kwamen we er achter dat het eiland een behoorlijke verbannings geschiedenis bezit, Ook Octavia, de vrouw van Nero en in de tweede wereldoorlog de anti-fascisten tijdens Mussolini. Kortom een heerlijk eilandje, geen toeristen, geen fascisten., Aardige mensen; een klein pareltje in de Tyreense zee.

De 12e juni zeilden we door de baai van Napels binnen Ischia langs naar Capri, met de Vesuvius prominent aanwezig over bakboord. We ankerden aan de zuidkust in Marina Piccola. De volgende morgen klommen we via prachtige trappen en weggetjes (achter langs de villa van Gorki, o.a.), naar de stad en kwamen erachter dat de sfeer op Capri wel ongeveer het tegenovergestelde was als die op Ventotene.

’s Middags om 1200 uur gingen we anker op en koersten aan op Agripoli, weer op de vaste wal, in de provincie Salerno, waar we de volgende dag, zondag de 14e juni, met de verkering van de Ormigattori (de piermaster, of vastmaker) naar Paestum reden. Oorspronkelijk gesticht door de Grieken als Poseidonia, bezet door de Romeinen in 273 vC., waarna verlaten in 877 nC. ivm. met malaria. Men zegt dat het de mooist bewaarde Griekse architectuur is in Italie. De tempels van Neptunus en Hera zijn ook bijna nog puntgaaf, een prachtig en imposant gezicht.Of het inderdaad de mooiste Griekse overblijfselen zijn in Italie gaan we onderzoeken, tenslotte staan op de zuidkust van Sicilie ook nog de nodige tempels!

De volgende dag maakten we schoonschip, Liesbeth deed een boodschap en Michael preventief onderhoud aan boegschroef en buitenboordmotor. Om 12 uur vertrokken we naar Acciaroli, waar we om 1630 uur afmeerden aan de binnenkant van de buitenpier. We maakten een wandeling en aten heerlijk in een leuk restaurantje boven de boulevard , een rustig badplaatsje met wat vissers en weinig toerisme.

De 16e vertrokken we vroeg naar Cetrano, Calabrie, de wind zat wat tegen, dus motorzeilen, jammer. Om 1730 kwamen we ten anker, net achter de buitenpier, buiten de haven. We knorden met de dinghy een wat vieze vissershaven in, met grootse aspiraties, er was een enorme marina in aanbouw. Aan de wal kwamen we erachter dat we de wereld waren uitgevaren, 1 (lege) camping, 1 restaurant zonder klanten (de eigenaar zat buiten samen met zijn echtgenote te eten), een afgesloten strand, 1 gesloten visafslag en een kantoortje van de kustwacht. We werden bekeken als buitenaards en voelden ons verdwaald en ver buiten Europa.

De volgende dag op 17 juni, de verjaardag van kleinzoon Evert Jurriaan, koersten we naar Stromboli met net te weinig wind om voluit te kunnen zeilen, waar we om 1900 uur op een mooring vastmaakten. Op zee zagen we dat de vulkaan behoorlijk actief was, een paar keer per uur zat er wel een rookwolk boven. ‘s Avonds maakten we een wandeling over het zwarte strand, door rietvelden en een leuk dorp, San Vincenzo.

De volgende dag wandelden we door het leuke plaatsje maar we zagen af van de beklimming van de Stromboli s’avonds, wel spannend 3 uur omhoog (900 meter!) en twee uur omlaag met een hoofdlamp op glijdend door het stof, maar aan de andere kant moet je ook kunnen vaststellen dat op een gegeven moment je te oud wordt “voor die rotzooi”. We vonden een mooi compromis; heerlijk anderhalf uur lopen naar een restaurant (de vroegere observatiepost van de Italiaanse Geodienst) waar we de Stromboli onder het genot van een glaasje en een vorkje zagen uitbarsten. Wel moesten we daarna met een zaklamp weer teruglopen in de duisternis. Op weg naar het volgende vulcanische eiland voeren om de Stromboli heen en vanuit de boot zagen we de grote lavastromen en nog weer uitbarstingen.

Isla Vulcano was totaal anders, hier liep iedereen in badjassen om vervolgens en masse in de stinkende modder.te gaan zitten.

Op de ankerplaats zag je overal borrelend water en als je zwom was het zelfs behoorlijk warm. Liesbeth moest natuurlijk even uitgebreid in de bellen en zwom daarna achter de dinghy aan, stinkend naar rotte eieren, terug.

Er lagen voor het eerst hollanders in de baai en een amerikaans schip en dat was weer goed voor uitgebreid bookswappen.

Er was een mistral op komst dus we voeren gauw naar de straat van Messina om wat veiliger te zijn voor de harde westenwind. Onderweg zagen we verschillende zwaardvis boten die er erg merkwaardig uit zien. Een hoge mast met 4 uitkijken en een boegspriet wel drie keer zo lang als de boot zelf.

De straat was een kolkend massa water die ons af en toe een snelheid gaf van 9 knopen maar ook van 1,8 mijl.We voeren de haven in van Reggio de Calabria waar we een nacht voor de kant lagen.

De buren hadden net een tonijn gevangen en daar kregen we een groot stuk.van. Die hebben we de volgende dag op zijn Portugees (gestoofd) gegeten.

De volgende haven zou Catanie moeten zijn maar het leek of de storm sneller kwam dan verwacht. Daarom werd het Riposto, een grote jachthaven met alle gemakken.

Hier zagen we voor het eerst de overvloed aan groente en fruit die Sicilie heeft. Er was een groente en vismarkt vlakbij de jachthaven.

In Riposto huurden we een auto en reden dwars door het binnenland van Sicilie naar Cefalu, een leuk plaatsje met een enorme Normandische kerk.Langs de kust zagen we hoe erg het stormde langs de noordkust en hoe de zee overal tegen de rotsen beukte.Terug weer een andere route door het binnenland, via Enna en de enorme tarwevelden en via Catanie weer naar Riposto. Uiteindelijk verdwaalden we nog even en kwamen via kleine binnenweggetjes in de jachthaven.

De volgende ochtend werd nog vliegensvlug gestored in een een enorme supermarkt en daana de auto weer ingeleverd.

Zonder een zuchtje wind gingen we op weg naar Siracusa, maar de wind wakkerde sterk aan waardoor we uiteindelijk eindigden in Catania, waar Mike altijd al naar toe had willen gaan.

Het bleek een vieze grote stad te zijn waar we toch nog 2 nachten bleven vanwege het weer. (‘sNachts nog een dikke 7, ZW, waardoor we nog trossen bij moesten zetten). Tegenover ons lag de Etna zonder wolken maar er gebeurde niets. Ook in Riposto was hij al in gebreke gebleven.

De 25e juni vertrokken we naar Siracuse, waar we in de Grand Harbour ankerden. We bleven er 5 dagen, wat een prachtige stad en wat een lekker sfeertje. Een prachtige dom met een heerlijk plein, waar we uitgebreid de trouwerijen onder het genot van een glaasje bekeken.. (De dom is gebouwd op de plek van de tempel van Athene, waarvan de zuilen in de muren zijn verwerkt). We deden er de was, deden uitgebreid boodschappen, gingen naar het Griekse theater, hebben heerlijk gezwommen, de lopende tentoonstellingen bezocht en uitgebreid de Siciliaanse keuken verkend, heerlijk!

We besloten om op 2 juli naart Port Palo te vertrekken en de 3e juli vandaar vroeg over te steken naar Malta en Gozo; van Gozo terug naar Sicilie te zeilen, zo hoog mogelijk om zo dicht als het kan bij Agrigento te eindigen. Van Agrigento weer om de Oost te gaan en over te steken naar Griekenland en dan langs de Ionian af te zakken naar Kreta, waar we begin oktober de boot voor de winter achterlaten en via Nederland weer naar Portugal vliegen.

 Posted by at 3:41 pm