Sep 192010
 

Nisos Psara, Nisos Chios; Lagada, Chios, Turkije; Cesme, Sarpedere Limani, Teos Limani, Nisos Samos; Pythagorion,Turkije; Kizikli Limani, Asim Limani (Iasos), Turku Buku, Nisos Kos; Kos Marina.

 









31 augustus. Het is een lange tocht naar Psara. De wind is er nauwelijks en staat een flinke deining. Het eiland doemt  als een grote grijze rots op zonder bebouwing en eenmaal in de haven zie je alleen een klein dorp met 3 grote kerken en een paar kleintjes. Alles is er, bakker, minimarkt, maar we vragen ons af waar de mensen van leven. Dit eiland was ooit een levendige rijke handelspost maar het is helemaal uitgemoord door de Ottomanen in 1867.  Die geschiedenis is hier nog erg zichtbaar. Dat geldt ook voor Chios waar we de volgende dag naar toe varen. Er staat een krachtige zuiden(tegen)wind als we de baaiindraaien en de stad Chios is niet te bereiken. We vluchten naar een hele diepe baai waar we keurig plat voor de kant mogen liggen op de boottaxi standplaats. De volgende dag vroeg ruimte gemaakt en naar Chios waar de jachthaven een vieze zanderige vlakte is met wat onafgebouwde betonnen steigers. Zoals gewoonlijk Eu-geld waarmee alleen een beginnetje is gemaakt, waarna het geld “op”was. De stad zelf dopen we om in Chaos want het is een puinhoop. Gelukkig zijn er 2 musea die nog de moeite waard zijn.

De dag erop huren we een autootje voor 25 euro, dat ook nog eens naar “jachthaven”wordt gebracht. Er zijn 3 mensen voor nodig. We rijden naar een klooster Nea Moni, mooi en oud, waar destijds, net als op Psara, 3500 mensen naar toe vluchtten en vervolgens door de Ottomanen werden uitgemoord. Ook op dit eiland zie je nog steeds de sporen van een erg wrede invasie die nog niet zo lang geleden heeft plaats gehad. We bezoeken het stadje Anavatos dat tegen een steile rots is aangeplakt. De mensen hier en de vluchtelingen hielden het lang vol tegen de vijand en lieten zich uiteindelijk massaal van de rotsen vallen i.p.v. zich over te geven.










Verder zijn er ommuurde stadjes waar de mensen woonden die de mastic , een soort hars, verwerkten. Van de verwerking van de  mastic

zie niets behalve  de bomen die een speciale witte ondergrond hebben waar de druppels mastic op vallen. De stadjes zijn klein met smalle overkapte straatjes. Er is er een met ook nog bijzonder versierde huizen, Pirgi, allemaal geometrische patronen, het leek wel arabisch. We zijn dan ook niet ver van Azie.

We blijven nog een paar dagen liggen in Chios om wat karweitjes te doen en ontmoeten een engels-amerikaans stel met een catamaran. We buurten gezellig over en weer en op 6 september vertrekken we naar Cesme dat aan de overkant ligt.










In Cesme is een prachtige marina waar we  kunnen inklaren. Het wordt een middagje stempels halen, 4 formulieren met ieder 4 ronde stempels en 3 handtekeningen. Mike noemde de middag de stempel estafette, havenmeester, sanitaire dienst, douane en immigratie voor de visa, waarna terug naar de havenmeester die ons aanmeldt in de computer voor de kustwacht, als ingeklaard en ons de transltlog overhandigd.

We hebben nu een Grieks en Turks transitlog. Als we Turkije verlaten vervalt het Turkse log en als we Griekenland verlaten vervalt het Griekse log. (En moet de estafette weer worden over gedaan).

We besluiten tot de logische oplossing; we gebruiken de Turkse transitlog in Turkije en de Griekse transitlog in Griekenland  zoals door de autoriteiten bedoeld en vertellen in Turkije dat de vorige haven Turks was en in Griekenland dat de vorige haven Grieks was. Ondertussen switchen tijdens de oversteken van gastenvlag buiten het zicht van de kustwacht en verwisselen in de inklaringsmap tegelijkertijd van log. 














We zijn door de Turkse inklaring 135 euro armer maar de boot mag(moet) nu een jaar in Turkije blijven en wij op een visum van 90 dagen. Dat is voorlopig genoeg.

Het eten hier is weer heel anders dan in Griekenland, de yoghurt wordt gemengt met waterkers, heerlijk en een pide is ook niet te versmaden. Dat alles geserveerd met tomaat en rucola. Dat bleek na enige keren toch niet goed voor Mike die 24 uur lang een dikke tong had. Na 2 dagen luxe trotseerden we de wind en zeilden met grote snelheid langs de Turkse kust en belandden in het mooiste baaitje tot nu toe. Alleen maar geiten, helder water en een soort gorge met bomen dat  eindigde in dit volmaakte baaitje, Sapdere Limani.

9 sept. Op zoek naar de oude Griekse stad Teos. We liggen in wat vroeger de haven was en leggen de dinghy aan de antieke kade. Daarna wordt het even flink zoeken, tussen de Turkse hutjes en veldjes liggen weliswaar stukken pilaar en kapiteel, maar de echte stad is moeilijk te vinden. Uiteindelijk vinden we de tempel van Dionissos, een van de grootste schijnt het, en na veel lopen dwars door de velden vinden we de  akropolis en het theater. Er is weinig van over, maar voor ons is het net of we het zelf hebben ontdekt.










Na Teos zeilen we met grote snelheid, soms 7,8 knoop, een flinke bakstagwind, naar Pythagorion op Samos. Dit zijn de plekken waar we ooit al eens geweest zijn. We herkennen er weinig van, het is erg toeristisch. We maken een wandeling boven over het fort en eten aan de haven.

We gaan weer terug naar Turkije en ankeren in de baai van Kazikli. ’s Avonds eten we uiteraard Turks en de vis wordt hier nu eens niet per gram betaald zoals in Griekenland. Heerlijk en in het piepkleine restaurant liggen vlotten voor de wal die tijdens de maaltijd ingenieus de baai worden ingetrokken, zodat je eenzaam ver op het water romantisch kunt eten. Liesbeth verkoos de vaste wal; ze vond dat 5 maanden per jaar op een vlot met haar echtgenoot romantisch genoeg was.

Dan verder naar Iassos, daar waar Liesbeths zeilleven eigenlijk begon, 16 jaar geleden. Er is niets veranderd, alleen de oude stad, die dateert van meer dan 2000 jaar B.C. en nog steeds verder wordt bloot gelegd. We wandelen er 3 dagen rond, het is zo interessant , je struikelt nog steeds letterlijk over de geschiedenis. Het brons tijdperk, de Minoers, de Grieken, de Romeinen en het Byzantische tijdperk. Er hebben hier al 4 eeuwen mensen gewoond.                                                          

Een nadeel; zonsopgang de Imam, elektronisch versterkt.

15 sept. Het is tijd om te kijken of Lenny en Coskun Dadak nog steeds hun Laleyachting verhuurbedrijf hebben in Gulluk. Ze blijken er mee opgehouden te zijn doordat boten  gestolen werden door vluchtelingen smokkelaars, de juridische afwikkelingen hierover en daaroverheen de crisis. Triest dat hiervoor geen juridische bescherming bestaat. We kletsen wat met Coskun, Lenny werkt in de toeristen industrie nabij de Meander, buiten Gulluk.  Gulluk is voor ons onherkenbaar, we herkennen zelfs niet de plek waar we vroeger de boten huurden. Coskun was onveranderd en Lenny klonk door de telefoon ook als vanouds.

Het waait flink en recht op de kop. We varen niet verder dan Turkbuku, dat was destijds een dorp van niets met een steigertje. Nu is het zelfs een beetje mondain, maar dan alleen voor de Turkse toeristen. We zijn de enige buitenlandse boot en de enige buitenlanders aan de wal.










De volgende dag met veel wind door naar Kos. Daar is het zo toeristisch dat je geen Griek meer tegen komt. Over tegenstellingen gesproken. We bleven twee dagen in de marina, maakten uitgebreide wandelingen over de oude Agora en het fort van de Johannieten en vertrokken zondag 19 september naar Bodrum.

 Posted by at 6:11 am

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)